Hartfalen

Spierzwakte van de hartspier

Hartfalen is een term die gebruikt wordt om aan te duiden dat het hart verzwakt is en niet meer werkt zoals een gezond hart. Hierdoor wordt er onvoldoende bloed doorheen het lichaam gepompt en krijgen de organen, zoals de nieren en hersenen, minder voedingsstoffen en zuurstof. Dit falen leidt uiteindelijk tot allerlei symptomen.

Hartfalen is een ernstige aandoening is en heeft een weerslag op vele facetten van het leven en de gezondheid. Naargelang de oorzaak zal er vaak een evolutie zijn naar een chronische aandoening en zal men doorheen de tijd meer en meer klachten ervaren. In de meeste gevallen is er geen volledige genezing mogelijk.

Afhankelijk van de oorzaak van het hartfalen bestaan er verschillende behandelingen. Deze hebben als doel de klachten en ongemakken die door het hartfalen veroorzaakt worden zoveel mogelijk te verminderen en onder controle te houden (symptoombehandeling) en de ziekte zo lang mogelijk stabiel te houden.

SYMPTOMEN

Bij een verminderde (pomp)functie gaat het lichaam bepaalde compensatiemechanismen in werking stellen waardoor het hart een zekere periode toch zijn functie kan uitoefenen.  Een van de belangrijkste mechanismen zijn zout- en vochtophoping. Hierdoor komt er meer vocht in het bloed en lichaam en kan een gezonde bloeddruk, welke nodig is voor een goede bloeddoorstroming doorheen het lichaam, bereikt worden. Helaas betekent dit mechanisme op langere termijn een nog grotere belasting voor het reeds verzwakte hart, waardoor het uiteindelijk gaat falen en er bijgevolg te veel vocht in uw lichaam (longen, buik, benen, enkels) opgestapeld wordt. Volgende symptomen kunnen wijzen op hartfalen:

  • Kortademigheid (bij inspanning en later ook in rust)
  • Verminderde inspanningstolerantie
  • Vermoeidheid
  • Gewichtstoename met zwelling van de onderste ledematen
  • Kortademigheid die verbetert bij het rechtop zitten
  • Aanvalsgewijze nachtelijke kortademigheid
  • Nachtelijke hoest
  • Piepende ademhaling
  • Verminderde eetlust

OORZAAK

Er bestaan verschillende aandoeningen die hartfalen kunnen veroorzaken, zoals:

  • Vernauwing van de kransslagaders  door roken, hoge cholesterol en diabetes (vaak met hartinfarct tot gevolg)
  • Hoge bloeddruk (arteriële hypertensie)
  • Beschadigde hartkleppen (door ziekte, slijtage op hogere leeftijd of aangeboren..)
  • Hartritmestoornissen (een hart dat lange tijd te snel, te traag of onregelmatig klopt -voorkamerfibrillatie- kan uiteindelijk aanleiding geven tot hartfalen).
  • Cardiomyopathie (betekent letterlijk hart-spier-ziekte). Hier hebben de hartspiercellen een abnormale structuur en functie. Dit is vaak erfelijk.
  • Toxische stoffen (alcoholmisbruik, roken, chemotherapie, druggebruik,…)
  • Hartspierinfecties (myocarditis) door virussen en bacteriën.
  • Idiopathisch (geen gekende oorzaak)

Vormen van hartfalen

Er bestaan verschillende soorten hartfalen:

  • Hartfalen waarbij de hartspier minder krachtig pompt (gedaalde ejectiefractie). Bij deze vorm van hartfalen is het hart vergroot, dunner en zwakker dan normaal. Het hart vult zich goed met bloed maar pompt minder goed.
  • Hartfalen door een stijve hartspier (bewaarde ejectiefractie). Bij deze vorm van hartfalen is de hartspier dikker en stijver dan normaal. Het hart knijpt wel goed maar kan zich niet ontspannen. Het vult zich dus minder goed met bloed.

ONDERZOEKEN

Hartfalen wordt vermoed op basis van bepaalde symptomen en vaststellingen tijdens het klinisch onderzoek. Verdere uitwerking gebeurt via het maken van een longfoto en het uitvoeren van bepaalde bloedtesten (BNP en NT pro-BNP). Er zal steeds ook een hartfilmpje uitgevoerd worden (elektrocardiogram). Hierbij zien we of er afwijkingen zijn aan het hartritme of tekenen van een doorgemaakt hartinfarct. Een afwijking op het hartfilmpje kan aanwijzingen geven dat je hartfalen hebt.

Als bovenstaande onderzoeken wijzen in de richting van hartfalen, dan zal er aanvullend een echografie gebeuren van het hart (echocardiografie). Een echo geeft informatie over de werking van de hartspier waarbij we kijken naar de pompfunctie van het hart (uitgedrukt in ejectiefractie) en de werking van de kleppen. Het geeft ons ook een idee omtrent de vullingsdrukken in het hart. Meestal kan de diagnose van hartfalen hiermee bevestigd worden.

Voor het opsporen van de onderliggende oorzaak van hartfalen is een bloedanalyse belangrijk. Er wordt vaak ook een coronarografie uitgevoerd om onderliggende kransslagaderziekte op te sporen en eventueel ook een MRI van het hart die ons een goed beeld geeft van de hartspier zelf.

BEHANDELINGEN

De behandeling bij hartfalen bestaat uit medicatie en adviezen voor levensstijl wijziging. Soms kan ook de oorzaak weggenomen worden (klepoperatie, bypass, stent…) of is een speciale behandeling mogelijk. Voor een optimale behandeling is een goede samenwerking tussen uw huisarts, cardioloog, hartfalenverpleegkundige en uzelf aangewezen.

Medicatie bij hartfalen
  • Medicatie wordt steeds opgestart bij hartfalen om de pompfunctie van het hart te verbeteren. Meestal gaat het om een combinatie van meerdere soorten medicatie. Welke therapie je krijgt hangt onder andere af van de knijpkracht (ejectiefractie) van het hart, of je al dan niet vocht ophoudt en of je al dan niet een onderliggende ziekte hebt.
  • Elk medicijn heeft echter ook nevenwerkingen. Meld deze aan uw arts of hartfalenverpleegkundige om hiervoor een oplossing te vinden.
Levensstijl wijzigingen
  • Vocht- en zoutbeperking. Eet zoutarm. Je zal advies krijgen over hoeveel vocht je mag innemen. Houd je hier goed aan want overmatige vochtopstapeling betekent een grotere belasting voor het hart.
  • Leef gezond, rook niet, beweeg voldoende en voorkom overgewicht. Hierdoor vergroot de kans op succes van de behandeling.
  • Volg je gewicht goed op en meld plotse gewichtsveranderingen aan je arts.
Specifieke behandelingen
  • Biventriculaire pacemaker. Bij sommige mensen met hartfalen trekken de hartkamers niet meer gelijktijdig samen. Dergelijke pacemaker laat beide hartkamers opnieuw tegelijk samentrekken. We spreken van cardiale resynchronisatietherapie.
  • AICD of implanteerbare defibrillator. Sommige patiënten met hartfalen lopen een verhoogd risico op een gevaarlijke ritmestoornis of hartstilstand. Zij krijgen dit toestel geïmplanteerd. Het grijpt in bij gevaarlijke ritmestoornissen en voorkomt een hartstilstand.
  • Steunhart en harttransplantatie. Een steunhart is een mechanische pomp die het hart ondersteunt als overbrugging naar een harttransplantatie. Het zuigt bloed uit te hartkamer en pompt het verder het lichaam in. Het wordt meestal in de buikholte geplaatst en werkt op batterijen. De voorwaarden voor harttransplantatie zijn zeer streng. Er zijn jaarlijks weinig donorharten beschikbaar, waardoor er een wachtlijst is.

MEER INFORMATIE

BROCHURE

© cardiogent.be. Website door geselle.be.