Hartchirurgie

Heelkunde
De meest frequent uitgevoerde ingrepen binnen de hartchirurgie zijn de bypassoperatie (of overbruggingsoperatie), en het vervangen of herstellen van een hartklep. Deze ingrepen worden niet uitgevoerd in ons ziekenhuis, maar u wordt doorverwezen naar één van de hartchirurgische centra waarmee wij samenwerken. Daarin heeft u de vrije keuze. De voorbereidende onderzoeken die nodig zijn om de diagnose te stellen en om het risico van de ingreep in te schatten gebeuren in ons ziekenhuis. Het dossier wordt nadien besproken in een multidisciplinair overleg met de cardiologen en de hartchirurg. U wordt dan uitgenodigd voor een gesprek met de hartchirurg die na uw goedkeuring de ingreep inplant.

SOORTEN INGREPEN

Hartklepoperatie

Bij hartklepproblemen, zoals een hartklep die lekt (klepinsufficiëntie) of vernauwd is (klepstenose), is het soms nodig om deze te vervangen of te herstellen. Dit gebeurt via een open hartoperatie. Dit betekent dat het borstbeen wordt geopend en het hart tijdens de ingreep wordt aangesloten op de hart-longmachine. In bepaalde gevallen kan dit tegenwoordig echter gebeuren zonder het borstbeen te openen, via één of meerdere kleine openingen (“sleutelgatoperatie” of minimaal invasieve operatie).

De voorkeur gaat altijd naar het herstellen van de klep omdat dit gepaard gaat met minder verwikkelingen. De chirurg probeert de klep dan zo goed mogelijk in zijn oorspronkelijke vorm te brengen. Meestal wordt een ring geplaatst ter ondersteuning van de reparatie. Meest frequent voorkomend is het herstel van de mitralisklep bij een mitralisklepinsufficiëntie.

In sommige gevallen is herstel niet mogelijk en dient de hartklep vervangen te worden. Dit is meestal het geval bij een vernauwde klep, waarbij de klep in zijn geheel vervangen wordt. Daarbij kan ofwel een mechanische (metalen), ofwel een biologische klep worden geïmplanteerd.

Mechanische kleppen hebben het voordeel dat ze meestal levenslang meegaan, maar er moet levenslang gebruikt gemaakt worden van bloedverdunnende medicatie om bloedklontervorming op de klep tegen te gaan. Voor biologische kleppen is geen levenslange bloedverdunnende therapie nodig, maar ze hebben wel een kortere levensduur (10 à 20 jaar).

Bypassoperatie

Een coronaire bypass- of overbruggingsoperatie is een behandeling voor vernauwingen ter hoogte van de kransslagaders. De vernauwing wordt als het ware “overbrugd”. Het bloed gaat langs een omweg (bypass) tot voorbij de vernauwing. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van één of meerdere (slag)aders uit het eigen lichaam die op andere plaatsen worden weggenomen.

Er wordt overgegaan tot een bypassoperatie in de volgende gevallen:

  • Als op meerdere kransslagaders ernstige vernauwingen zijn die niet kunnen behandeld worden met stentplaatsing.
  • Als de linker hoofdkransslagader (hoofdstam) ernstig vernauwd is.
  • Als er een hartoperatie moet gebeuren omwille van een andere reden, bijvoorbeeld bij een klepoperatie.

Welke bloedvaten worden gebruikt als overbrugging?

  • Slagaders uit de borstwand (arteria mammaria). Deze geven het beste langdurig resultaat. Het bloedvat wordt aan één kant losgemaakt en daarna vastgehecht op kransslagader voorbij de vernauwing.
  • Aders uit de benen. Deze worden uit het been gehaald door 2 kleine sneetjes onder en boven de ader. Aders uit de benen die als overbrugging worden gebruikt, gaan minder lang mee dan slagaders uit de borstwand.

Een bypass operatie kan op verschillende manieren uitgevoerd worden:

  • Klassieke bypassoperatie. Dit is een open hartoperatie waarbij de chirurg het borstbeen opent (sternotomie). De bloedsomloop schakelt men over op een hart-longmachine waardoor het hart kan worden stilgelegd tijdens de operatie.
  • Opcab (“off pump coronary artery bypass”). Hierbij gebeurt de ingreep op een kloppend hart en maakt men dus geen gebruik van de hart-longmachine. Men gebruikt een stabilisator om het hart stil te houden wanneer de bypass op het hart wordt ingenaaid.
  • Midcab (“minimal invasive direct coronary artery bypass”). Deze techniek is minder ingrijpend. Er wordt een mini-thoracotomie uitgevoerd. Dit is een horizontale insnede tussen de ribben. De borstslagader wordt vrijgemaakt met behulp van een chirurgierobot. De hart- longmachine wordt meestal niet gebruikt. Of men deze techniek kan gebruiken wordt bepaald door het aantal en de plaats van de vernauwingen ter hoogte van de kransslagaders.

NAZORG

De meeste patiënten blijven ongeveer 7 tot 10 dagen opgenomen in het hartchirurgisch centrum. Als u nog niet voldoende hersteld bent kan u getransfereerd worden naar ons ziekenhuis voor verder herstel en revalidatie. Ons ziekenhuis beschikt namelijk over een SP cardio afdeling waar de patiënten na een hartoperatie kunnen opgenomen worden en kunnen genieten van een multidisciplinair revalidatieprogramma dat aangepast is aan hun specifieke noden. Een maand tot zes weken na de ingreep wordt gestart met een ambulant cardiaal revalidatieprogramma. Belangrijk is ook te weten dat u een maand rijongeschikt bent na de ingreep.

RISICO'S EN COMPLICATIES

Elke ingreep brengt risico’s met zich mee. Voorbeelden van risico’s na een hartoperatie zijn : ritmestoornissen, bloedingen, wondinfecties, loslaten van het borstbeen, longontsteking, nierfalen…

De hartchirurg zal met u duidelijk de risico’s maar ook de voordelen van de ingreep vooraf bespreken.

MEER INFORMATIE

BROCHURE

Met de toelating van UZ Gent voor het gebruik van de folders.
© cardiogent.be. Website door geselle.be.