Stentplaatsing
INDICATIE
- Behandeling van een vernauwing in de kransslagader van het hart, die de oorzaak vormen van pijnklachten op de borstkas tijdens inspanning (angina pectoris).
- Behandeling van een acuut hartinfarct.
BEHANDELING
Wanneer er tijdens een hartkatheterisatie (link naar hartkatheterisatie) een vernauwing vastgesteld wordt in een van de kransslagaders of coronaire arteriën, wordt deze vaak behandeld door middel van implantatie van een stent, waarop specifieke medicatie is aangebracht om een goed resultaat langdurig te behouden.
Via de katheter, die vertrekt vanuit de lies of de pols tot in de kransslagader, wordt een zeer fijn draadje opgevoerd in de kransslagader, tot voorbij de vernauwing. Over deze draad wordt vervolgens een klein ballonnetje geschoven tot in de vernauwing, om de vernauwing open te blazen. Wanneer dit succesvol is, wordt vervolgens de stent ter plaatse gebracht en opgeblazen in de vernauwing, om tot een blijvend goed resultaat te komen op lange termijn. De stent is bedekt met zeer specifieke medicatie, die nieuwe vernauwingen in de toekomst moet vermijden. Na het beëindigen van de procedure worden de draad, ballonnetjes en katheter opnieuw verwijderd. De stent blijft levenslang ter plaatse.
Na de behandeling zal er extra bloedverdunnende medicatie worden voorgeschreven gedurende enkele maanden tot een jaar. Het doel van deze medicatie is om klontervorming in de stent te vermijden. U mag deze medicatie nooit onderbreken zonder overleg met uw behandelend cardioloog.
RISICO'S EN COMPLICATIES
Een plaatsing van een stent of PCI is een invasief onderzoek, waarbij de kans op verwikkelingen bestaat. Globaal is de kans op het optreden van (ernstige) verwikkelingen klein tot zeer klein. De volgende verwikkelingen kunnen optreden tijdens of na de implantatie van een stent:
- Bloeding ter hoogte van de aanprikplaats
- Hartinfarct
- Beschadiging aan de bloedvaten
- Beroerte
- Ritmestoornissen
- Allergische reacties op toegediende medicatie
- Infectie

